SPARQL

SPARQL

Binnen het DSGO moeten Partijen JSON gebruiken voor het sturen van gegevens in de context van datadiensten. Omdat SPARQL meerdere varianten kent, gelden de volgende aanvullende afspraken voor SPARQL endpoints.

DSGO.Basis: Partijen die een SPARQL-endpoint aanbieden, MOETEN een query-endpoint conform SPARQL 1.2 Protocol § 2.2.3 (query) aanbieden.

DSGO.Basis: Bij niet-idempotente queries (updates) MOETEN datadienstaanbieders tenminste ook SPARQL 1.2 Protocol § 2.3.2 (update) aanbieden..

Middels bovenstaande afspraken is het mogelijk om een /sparql endpoint als datadienst aan te bieden in het DSGO. Een implementatie moet rekening houden met de volgende aspecten:

Identificatie en authenticatie van datadienstgebruikers (inclusief delegatie van gemachtigd datadienstgebruikers) blijft van kracht. Ieder /sparql endpoint dient dus te werken op basis van de afspraken die hierover in het DSGO zijn gemaakt. In de praktijk betekent dit dat iedere SPARQL client voordat er een bevraging aan een /sparql endpoint wordt gedaan allereerst een Bearer AccessToken opgevraagd wordt bij de datadienstaanbieder.

Een gemachtigd datadienstaanbieder die het /sparql endpoint aanbiedt blijft verantwoordelijk voor het evalueren van het Toegangsrecht dat verleend is door een datadienstrechthebbende aan de datadienstgebruiker. Aangezien via het /sparqlendpoint meerdere resources opgevraagd kunnen worden is de autorisatielogica complexer om te implementeren